Waterkwaliteit

Welke waterkwaliteitseisen stelt Bal Hoofdstuk 15?

Vier kerngebieden: desinfectie, zuurgraad, helderheid en microbiologie. Plus de meetverplichting en wat te doen bij overschrijding.

Chloor — actieve desinfectie

Het Bal eist een vrije chloorconcentratie tussen 0.5 en 1.5 mg/L (afhankelijk van bassintype en temperatuur). Te laag → bacteriologisch onveilig. Te hoog → ademhalingsklachten en versnelde corrosie van bevestigingsmateriaal (raakvlak met NEN 9200).

pH — zuurgraad

Vereist tussen 6.8 en 7.6. Onder de 6.8 wordt chloor te agressief en corrodeert het sneller; boven 7.6 daalt de desinfectie-effectiviteit en groeit het risico op kalkneerslag.

Troebelheid en helderheid

De bodem van het bassin moet zichtbaar zijn vanaf het wateroppervlak. Bij grotere bassins geldt een grenswaarde in NTU (Nephelometric Turbidity Units). Bij overschrijding is sluiting van het bassin verplicht totdat de troebelheid weer onder de norm zit.

Microbiologische parameters

  • E. coli — niet aantoonbaar in 100 ml
  • Pseudomonas aeruginosa — niet aantoonbaar in 100 ml
  • Legionella in spuitwater — onder detectielimiet
  • Totaal kiemgetal — onder gestelde grens (afhankelijk van bassintype)

Meet- en registratieplicht

Chloor en pH moeten meermaals per dag worden gemeten en geregistreerd. Microbiologie meestal maandelijks via een geaccrediteerd laboratorium. Alle metingen worden minimaal 5 jaar bewaard en op verzoek aan toezichthouders verstrekt.